Beschrijving
Herkomst & botanie
Sint-janskruid (Hypericum perforatum) is een vaste kruidachtige plant met rechtopstaande stengels, kleine bladeren en heldergele bloemen. De plant komt van oudsher voor in grote delen van Europa en groeit vaak op zonnige, open plaatsen.
De Nederlandse naam verwijst naar Sint-Jan op 24 juni, rond de periode waarin de plant vaak bloeit. Dit biologische product bestaat uit de gesneden en gedroogde bovengrondse delen: bladeren, bloemen en fijne stukjes stengel.
Traditioneel gebruik
Sint-janskruid werd in oude Europese kruidenboeken beschreven en verwerkt in aftreksels, kruidenmengsels en roodkleurige olie. Rond midzomer kregen de goudgele bloemen ook een symbolische betekenis. In verschillende streken werden bosjes van de plant bij deuren of vensters gehangen als teken van licht en bescherming.
Dit kruid heeft een plaats binnen de Traditionele Europese kruidengeneeskunde. Deze verwijzing betreft uitsluitend de cultuurhistorische achtergrond en is geen uitspraak over werking of effectiviteit.
Voorzorgen bij gebruik 🚦
Sint-janskruid zorgt ervoor dat het lichaam veel medicijnen sneller afbreekt. Daardoor kunnen onder meer de anticonceptiepil, bepaalde bloedverdunners en middelen tegen epilepsie, hiv of afstoting minder goed werken; samen met bepaalde antidepressiva kunnen juist ernstige bijwerkingen ontstaan. Gebruik je medicijnen, overleg dan vóór gebruik met je arts of apotheker.
Smaak, geur en uitstraling
Het gedroogde kruid bestaat uit een losse mengeling van groenbruine blaadjes, fijne stengels en verspreide gele bloemdeeltjes. De geur is droog en kruidig, met een lichte hooiachtige indruk.
Als kruideninfusie geeft sint-janskruid een goudgele tot licht amberkleurige drank. De smaak is zacht kruidig, licht bitter en enigszins samentrekkend. Daardoor kan de mond na een slok wat droger aanvoelen. Het kruid is van nature cafeïnevrij.
Klein weetje 🔍
Houd je een vers blaadje van sint-janskruid tegen het licht, dan lijkt het alsof er kleine gaatjes in zitten, bijna als speldenprikken in papier. Het zijn geen echte gaatjes, maar doorschijnende kliertjes in het blad. De Latijnse soortnaam perforatum betekent dan ook ‘doorboord’.












