Beschrijving
Herkomst & botanie
Valeriaan (Valeriana officinalis) is een meerjarige plant uit de kamperfoeliefamilie. De soort is van oorsprong thuis in Europa en gematigde delen van Azië en is later ook elders ingeburgerd. Valeriaan groeit vooral op vochtige plaatsen, zoals langs oevers, in nat grasland en aan bosranden.
De plant heeft geveerde bladeren, die uit meerdere smalle blaadjes bestaan. In de zomer verschijnen kleine witte tot bleekroze bloemen in brede schermen. Onder de grond vormt valeriaan een korte wortelstok met veel fijne wortels. Voor dit product zijn de gedroogde worteldelen in kleine stukken gesneden.
Traditioneel gebruik
Valeriaanwortel komt al eeuwen voor in Europese kruidenboeken en apothekersinventarissen. De sterk geurende wortel werd verwerkt in onder meer aftreksels, poeders en tincturen en werd als herkenbare aromatische grondstof bewaard en verhandeld.
Dit kruid heeft een plaats binnen de Traditionele Europese kruidengeneeskunde. Deze verwijzing betreft uitsluitend de cultuurhistorische achtergrond en is geen uitspraak over werking of effectiviteit.
Smaak, geur en uitstraling
De gesneden valeriaanwortel bestaat uit onregelmatige, vezelige stukjes in beige, grijze en lichtbruine tinten. De droge wortel heeft een zeer uitgesproken geur: aards, kruidig en wat muskusachtig. Sommige mensen herkennen er ook een licht kaasachtige toon in.
Als kruideninfusie geeft valeriaanwortel een aardse, houtige en licht bittere smaak. De geur blijft nadrukkelijk aanwezig en het mondgevoel is eerder droog dan zacht. De infusie kleurt doorgaans licht geelbruin tot bruin. Valeriaan kan worden gecombineerd met mildere kruiden zoals kamille of citroenmelisse, maar behoudt ook in een mengsel een duidelijk eigen karakter.
Klein weetje 🐈
De sterke geur van valeriaanwortel wordt door mensen niet altijd hetzelfde gewaardeerd, maar sommige katten vinden haar juist onweerstaanbaar. Daarom wordt gedroogde valeriaanwortel ook in kattenspeeltjes verwerkt, ongeveer zoals het bekendere kattenkruid.












