Beschrijving
Herkomst & botanie
Jeneverbes (Juniperus communis) groeit van nature in grote delen van het noordelijk halfrond. Ook in Nederland komt deze altijdgroene struik in het wild voor. De plant behoort tot de cipresfamilie en draagt korte, scherpe naalden die meestal in groepjes van drie rond de twijg staan.
De blauwzwarte ‘bessen’ zijn botanisch gezien vlezige kegels. Hun schubben groeien tijdens het rijpen tegen elkaar aan, waardoor ze op echte bessen lijken. De kegels kleuren eerst groen en rijpen doorgaans in twee tot drie jaar naar donkerblauw of bijna zwart.
Traditioneel gebruik
Jeneverbessen worden al lange tijd gebruikt als specerij bij onder meer wild, koolgerechten en marinades. Ze kregen daarnaast een herkenbare plaats in dranken: zowel jenever als gin ontleent zijn kenmerkende aroma aan jeneverbes.
Smaak, geur en uitstraling
De geplette jeneverbessen bestaan uit grove, donkerbruine tot blauwzwarte stukjes. Door het pletten komt een groter deel van de aromatische binnenkant bloot te liggen. Daardoor geven de stukjes hun geur gemakkelijker af aan heet water dan hele jeneverbessen.
De geur doet denken aan dennennaalden en hars, met een frisse citrustoets. De smaak is warm, kruidig en licht zoetig, met een wat droge, houtachtige afdronk. Als kruideninfusie geeft jeneverbes een uitgesproken bosachtig aroma.
Klein weetje 🎨
Op Leonardo da Vinci’s portret van Ginevra de’ Benci staat achter de jonge vrouw een jeneverbesstruik. Dat was waarschijnlijk een beeldende woordspeling: het Italiaanse woord ginepro, jeneverbes, klinkt als haar voornaam Ginevra. Zo verwerkte Leonardo haar naam als het ware in de achtergrond van het schilderij.













